De wedstrijd

Omdat er altijd maar vier coureurs tegelijk tegen elkaar racen, bestaat een ijsspeedwaywedstrijd eigenlijk uit allemaal kleine wedstrijdjes. Deze kleine wedstrijdjes heten 'heats' en meestal worden er 20 van verreden.

Na deze 20 heats hebben alle 16 rijders elkaar een keer op de baan ontmoet. Dit systeem met 16 rijders (plus twee reserverijders) wordt het vaakst gebruikt, in ieder geval tijdens Europese en Wereldkampioenschappen.

De duur van een heat is vier rondjes, waar de coureurs ongeveer een minuut voor nodig hebben. Om de vier heats moet de baan schoongeveegd worden, want de spikes vernielen het ijs behoorlijk. Maar behalve van deze veegpauzes met grote borstel- en schuifmachines is de totale duur (meestal zo'n 2,5 uur) van een ijsspeedwaywedstrijd ook nog afhankelijk van het aantal crashes. Daar valt vooraf werkelijk niks over te zeggen: soms verloopt een hele wedstrijd zonder één enkele valpartij en soms moet een enkele heat drie keer opnieuw gestart worden. Want tenzij de coureurs in de laatste ronde gevallen zijn, wordt de heat opnieuw verreden. De coureur die gevallen was of, als die er is, de veroorzaker van de val wordt dan van deelname aan de herstart van die heat uitgesloten.

Zoals gezegd komen er in een heat vier coureurs aan de start. Voor de toeschouwers die wat minder bekend zijn met de 'looks' van de verschillende rijders, zijn ze te herkennen aan rugnummers en verschillende kleuren helmen of helmkapjes. Bij de start, van buiten naar binnen toe bekeken, dragen de coureurs een gele, witte, blauwe en rode helm. Omdat iedere coureur per wedstrijd vijf heats rijdt, komt hij op alle plaatsen één keer te staan en op een plaats twee keer. De plaats aan de binnenkant (met de rode helm) is over het algemeen het meest geliefd.

De coureurs hebben een beperkte tijd om op het ijs te verschijnen. Op een gegeven moment gaat er een lamp branden en hebben ze nog twee minuten voor de start. Laatkomers, bijvoorbeeld door motorproblemen, worden weer teruggestuurd naar het rennerskwartier.

De puntenverdeling is eigenlijk heel simpel: degene die als eerste over de finish gaat krijgt drie punten, de volgende twee, de derde één en de laatste niets. Het komt regelmatig voor dat rijders de finish niet halen door crashes of motorproblemen: deze krijgen uiteraard ook geen punten. Zo is het maximale aantal punten dat een coureur kan halen 15. In een WK-finale rijden de acht coureurs met de meeste punten nog twee semifinaleheats. De coureurs die in deze heats als eerste of tweede over de finish gaan plaatsen zich voor een allerlaatste heat, de finaleheat. De uitslag van deze heat bepaalt de plaatsen één t/m vier, en dus ook het podium.